Vice-Eerste minister en minister van Werk Joëlle Milquet neemt met grote spijt akte van de beslissing van de directie van General Motors Europe, die vandaag de intentie heeft uitgedrukt om op termijn de Opelfabriek in Antwerpen te sluiten.
De minister betreurt hevig deze beslissing, die genomen werd zonder zich te bekommeren om het lot van de duizenden werknemers van de Opel-vestiging in Antwerpen en van de toeleveranciers waarvan de Opel-fabriek een belangrijke klant is, noch van hun gezinnen. Ze betreurt deze beslissing des te meer omdat ze genomen werd ondanks de aanzienlijke inspanningen van de verschillende regeringen van ons land die, verenigd in een Task Force en handelend in nauw onderling overleg, zich sterk hebben ingezet om de directie van General Motors Europe te overtuigen van de productiviteit van de fabriek in Antwerpen en van de prestaties van de Antwerpse Opel-werknemers en van de werknemers bij de toe-leveranciers. Zo ook heeft de minister van Werk, in het kader van haar bevoegdheden, onafgebroken herinnerd aan het ruime aantal maatregelen dat werd genomen om de arbeidskost te verminderen, met name in de sector van de auto-assemblage.
De minister van Werk schrijft zich ten volle in in de dynamiek van overlegde reacties die is ontstaan binnen de Task Force over het lot van Opel Antwerpen. Deze Task Force is vandaag bijeengekomen en de directeur van de cel Werk op haar kabinet heeft aan die vergadering deelgenomen.
Joëlle Milquet houdt eraan in herinnering te brengen dat de procedure van de « wet-Renault » scrupuleus gevolgd zal dienen te worden en dat dit gecontroleerd zal worden.
De procedure van de « wet-Renault » voorziet een aantal verplichten inzake informatie en raadpleging ingeval de intentie wordt uitgedrukt tot collectief ontslag over te gaan. De minister van Werk zal er voor zorgen dat deze verplichtingen nauwkeurig worden nageleefd en gecontroleerd. De verschillende fases van de procedure zijn de volgende:
1. Eerste fase: informatiefase
Van zodra de werkgever het voornemen heeft om tot collectief ontslag over te gaan, dient hij de werknemersvertegenwoordigers hiervan op de hoogte te stellen en hen alle nuttige gegevens te verstrekken en in elk geval een geschreven document voor te leggen dat minstens melding maakt van:
• De redenen van de voorgenomen ontslagen;
• Het aantal en de categorieën van werknemers die de werkgever gewoonlijk tewerkstelt;
• Het aantal en de categorieën van de bij het ontslag betrokken werknemers;
• De periode tijdens welke tot ontslag zal worden overgegaan;
• De beoogde criteria die zullen worden gehanteerd bij het selecteren van de werknemers die in aanmerking komen voor ontslag;
• De berekeningswijze van eventuele afvloeiingsuitkeringen die niet krachtens de wet of een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) ver-schuldigd zijn.
Bovendien moet hij een afschrift van deze schriftelijke mededeling sturen naar de FOD Werk en naar de directeur van de subregionale te-werkstellingsdienst (VDAB, Forem of Actiris) van de plaats waar de onderneming gevestigd is.
2. Tweede fase: fase van de consultatie van de werknemersvertegenwoordigers
Na de informatiefase moet de werkgever die wil overgaan tot collectief ontslag tijdens een vergadering met de werknemersvertegenwoordigers, een mondelinge uiteenzetting geven (best ten vroegste één dag na de overlegging van het geschreven document) waarin de inhoud van dit geschreven document wordt toegelicht. Deze schriftelijke en mondelinge inlichtingen moeten de werknemersvertegenwoordigers in staat stellen opmerkingen en suggesties te formuleren. Het is op basis van deze inlichtingen dat zij door de werkgever zullen worden geraadpleegd.
De werkgever moet de werknemersvertegenwoordigers inderdaad raadplegen over de mogelijkheden om het collectief ontslag te voorkomen of te verminderen en over de mogelijkheid om de gevolgen van de ontslagen te verzachten (sociale begeleidingsmaatregelen met het oog op de herplaatsing of de omscholing van de ontslagen werknemers). De werknemersvertegenwoordigers moeten de kans krijgen om vragen te stellen, voorstellen te doen of bemerkingen te maken.
Minister van Werk Joëlle Milquet is trouwens van plan een sociaal bemiddelaar aan te stellen om de onderhandelingen tijdens deze informatie- en consultatiefases waar nodig te ondersteunen.
Voor bijkomende inlichtingen:
Benoit Lannoo (0476 76 19 43) (NL)
Emilie Rossion (0473 13 97 58) (FR)